Columns

Liever moe, dan lui

Luiheid loont! We zijn druk en steeds vaker onderweg in plaats van te gaan zitten en naar de regen te luisteren, een kop koffie te drinken, ons te warmen. De veranderingen volgen zich zo snel op dat als je met je ogen knippert je zomaar het contact met de wereld kan verliezen. Dat doet een groot beroep op ons aanpassingsmechanisme. En dat betekent veel werk voor ons  stress-systeem. Wie optimaal gebruik wil maken van de focus en energie die stress voor ons regelt zal ook optimaal moeten herstellen. En daar begint het gedonder. Want daar hebben we nu juist net géén zin in én geen tijd voor. Gevolg: we zijn chronisch moe en het aantal mensen met burn out neemt  jaarlijks toe. Om die trend te keren zouden we eens wat vaker lui moeten zijn.

 Moeheid is in de moderne samenleving een normaal verschijnsel. Bijna een kwart van de werkende bevolking is (ernstig) vermoeid. Dat heeft grote gevolgen. En is vele malen schadelijker dan we denken. Vermoeidheid is een signaal om te stoppen. Een stop-emotie. Het werkt net als met de lampjes op het dashboard van een auto. Die gaan branden als er brandstof bijgevuld moet worden. Rijd je toch door, dan gaat het fout. Dat geldt ook voor vermoeidheid. Het negeren van dat signaal vergt een hoge prijs: men voelt zich doorgaans neerslachtiger, presteert slechter, is minder betrokken en raakt op den duur overspannen of opgebrand.

We hebben een verwarrende kijk op vermoeidheid

Topsporters begrijpen als geen ander het nadelige effect van vermoeidheid. Toen Sven Kramer voor de zoveelste keer goud won op de Olympische vatte ex schaatser Erben Wennemars het als volgt samen: “Sven is de grootste schaatser aller tijden, zijn grootste kracht is zijn herstel”. Hij weet als geen ander wanneer hij rust moet nemen”. Topsporters zijn waanzinnig goed in het optimaal benutten van stress omdat ze optimaal herstellen. De meeste van ons kunnen weliswaar –  heel goed stressen maar – niet zo goed herstellen. Waardoor de kwaliteit van stress onze stress afneemt en we in feite gemankeerde hulp krijgen.

We hollen graag door, ook als we moe zijn. Hoe komt dat toch? Is het omdat we denken dat we boven de wetten van de natuur staan en herstellen op ons niet van toepassing is? Denken we dat doorhollen geen kwaad kan? Zien we herstel als zwakte in plaats van noodzakelijk om weer op (super)krachten te komen. Of hebben we niet door dat vermoeidheid een sterk fysiologisch signaal is en denken we dat het enkel op een motivatieprobleem duidt?

Dan zijn er natuurlijk ook nog hele volksstammen die geloven dat zolang je doet wat je leuk vind en BEVLOGEN aan het werk bent dat hele opladen op jou niet van toepassing is. Simpelweg omdat we denken dat er dan energie binnenkomt.

Er bestaan helemaal geen activiteiten die energie geven

Er zijn echter geen activiteiten die letterlijk energie geven. We bedoelen dan dat we ons energiek voelen, ergens blij van worden of ergens voldoening uithalen of het plezier geeft. Maar in technische zin maken onze cellen geen nieuwe energie aan als we bezig zijn (met iets leuks). Plezier en herstel zijn twee heel verschillende dingen. En heel vaak halen we ze door elkaar. Natuurlijk vliegt de energie er minder hard uit als je iets doet wat je leuk vindt dan wanneer je met een rampzalige taak bezig bent. Maar denken dat je brein na een dag vol (met leuk) breinwerk en digitale bombardementen herstelt van even een spelletje op je computer, dat is een fabeltje.

Dat we onze stop-emoties onvoldoende serieus nemen is misschien ook niet zo gek. Want wat leerden we vroeger: Geen zin? Dan máák je maar zin. Stopsignalen negeren is ons als het ware met de paplepel ingegoten. We zijn opgegroeid met de boodschap dat ergens geen zin in hebben een motivatieprobleem aanduidt en dat we ons dus ergens overheen moeten zetten. We hebben nooit geleerd dat aan stop-emoties – als ergens hardgrondig geen zin hebben omdat je vermoeid bent –  ook vaak een heel fysieke kant zit. Dus hol je vooral door als je lichaam schreeuwt dat het ergens echt geen zin in heeft. Al komt het uit je tenen.

Als de brandstof op is – en je toch nog even dóór moet: het Noodaggregaat

Toch dóór kunnen gaan bij vermoeidheid, hoe doen we dat? Kennis daarover vinden we bij Theo Meijman, hoogleraar arbeidspsychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Hij ontdekte dat als we moe zijn –  en ons lichaam dus aangeeft om te rusten  – maar toch nog even door moeten om iets af te maken, dat ons stressmechanisme harder gaat werken. Het noodaggregaat gaat als het ware aan. Een prima maatregel voor de korte termijn om alle bedreigingen en behoeften het hoofd te bieden, maar eentje waarvan je wel twee keer zo hard moet bijkomen.

Wie hard werkt, moet hard uitrusten

En daar wringt het. Want we móeten nog zó veel. Opladen komt later wel. Nog heel even dit en dan is het klaar. En dan nog heel even dat. En dan nog héél even…. We zijn gek op de energie en focus die de afdeling stress voor ons regelt om het allemaal vol te houden. We zijn er grootverbruiker van. Allemaal (ja jij ook!). Vaak zonder dat we het in de gaten hebben. Maar we zijn helaas niet zo gek op “herstellen en opladen”. We rennen liever door ons overvolle leven, waar alle natuurlijke rustmomenten, mede dankzij de digitale revolutie, zo goed als verdwenen zijn. Want niets is lekkerder dan even snel wat appjes weg te werken, mailtjes te beantwoorden en nieuws te scannen, terwijl we wachten. We vervelen ons tegenwoordig geen minuut meer.

Ons brein staat de hele tijd maar aan en krijgt een langdurige overload aan stresshormonen als we onvoldoende terugschakelen. Dat kan zeer nadelige effecten hebben. Je krijgt van top tot teen klachten en kwaaltjes. Het rationele deel van je brein verzwakt waardoor het emotionele deel minder goed geremd wordt en uit de band springt, je slaapt slechter, kunt niet goed meer plannen, wordt vergeetachtig en je concentratie neemt af. Ook je gedrag verandert: je hebt meer trek in ongezonde dingen (vet, zoet, alcohol, drugs), je gaat later naar bed, je hebt geen puf meer om te bewegen en ook geen zin meer om andere mensen te ontmoeten. Terwijl we moeten rusten en slapen om de brandstoflevels op peil te krijgen en hormoonvoorraden aan te vullen, zijn we vooral bezig om een leuk en vol leven na te streven. En verruilen we slaap steeds vaker voor het nog even afkijken van die spannende Netflix-serie.

Laten we daarom meer oog hebben voor de fysiologische kant van moe zijn. Er anders naar kijken waardoor we er beter op anticiperen. Dat voorkomt een hele hoop ellende. Verras jezelf en neem eens een keer met die powernap na de lunch. Doe een dutje onder je bureau als je moe bent of verstop jezelf in een nappingpod of  zo’n fijn ‘mutskussen’. Dat maakt je 31% keer productiever, 3 x creatiever, 19 x preciezer en 10 keer meer betrokken. En nog fijner – voorkomt dat je opgebrand raakt. Of doe eens gek en ga op tijd naar bed! Wees liever lui, dan moe. Dat voorkomt vermoeidheid.